Prins, Piet – Snuf de hond

Prins, Piet – Snuf de hond (serie)
Snuf de hond
De gebeurtenissen in de spannende boek spelen zich af in de jaren ’40-’45, tijdens de Duitse bezetting. Tom raakt betrokken bij de strijd tegen de Duitsers. Als Tom en zijn vrienden achter militaire geheimen van de Duitsers komen, begint het avontuur pas echt…

En de overige delen uit de reeks Snuf de hond….

2. Snuf en het spookslot

Tom en zijn vrienden logeren op een boerderij vlak bij de ruïne van het oude kasteel Valkenhorst. Jaap, die op de boerderij woont, vertelt de jongens een spannend verhaal over de vroegere bewoners van dit kasteel.
Maar al snel blijkt dat er ook nu nog geheimzinnige dingen gebeuren in de ruïne…

3. Snuf en de jacht op Vliegende Volckert
Tom Sanders en zijn vrienden ontdekken een boerderijbrand. Langzamerhand krijgen ze het vermoeden dat de brandstichter en de geheimzinnige man die ze in het dichtbijgelegen moeras hebben gezien wel eens één en dezelfde persoon kunnen zijn… Snuf speelt in dit spannende verhaal natuurlijk een belangrijke rol.

4. Snuf en de IJsvogel
Op dezelfde dag dat Karel van Doorn slaagt voor zijn mavo-examen, wordt zijn vader eigenaar van een klein zeiljacht: de IJsvogel. De vrienden trekken er met elkaar op uit. Samen met Snuf en met de IJsvogel beleven ze allerlei avonturen.

5. Snuf en de geheime schuilplaats
Tom Sanders en zijn vrienden logeren op de boerderij Het Eksternest. Tijdens een wandeling in het dorp komen ze een duister figuur tegen met een angstaanjagend woeste hond. Ergens in de buurt van het dorp moet een geheime schuilplaats zijn waarin tijdens de oorlogsjaren een verzetsgroep zich schuilhield. De leider van die verzetsgroep werd gevangen genomen, maar hij wist nog net op tijd een grote hoeveelheid sieraden uit zijn juwelierszaak te verbergen. Bij de jongens èn bij de vreemde man onstaat een vermoeden…

6. Snuf en de verborgen schat
Een verborgen schat en de speurzin van de drie vrienden met hun slimme hond – het is een combinatie die gewoon vraagt om spannende avonturen. Die blijven dan ook niet uit. Vooral als ook nog blijkt dat een geheimzinnige figuur jacht maakt op de schat…

7. Snuf en de verre voetreis
Ina, Mirjam, Tom en zijn vrienden, en natuurlijk ook Snuf, mogen in de vakantie logeren bij oom Bob. Oom Bob is een echte plaaggeest. Hij heeft zich opzettelijk nogal minachtend uitgelaten over de jeugd van tegenwoordig. Tom en zijn vrienden willen hem laten zien dat zij echt flinke kerels zijn. Ze besluiten de lange reis naar het kasteeltje te voet te maken. Die voetreis wordt een tocht vol spannende, humoristische en soms geheimzinnige gebeurtenissen.

8. Snuf en de zwarte toren
Tom en Snuf logeren met hun vrienden in het kasteeltje van oom Bob en tante Alice. Dicht bij het kasteel staat de Zwarte Toren, het overblijfsel van een oude roofridderburcht. Er gebeuren heel geheimzinnige dingen in de Zwarte Toren. Tom en Snuf komen steeds dichter bij de oplossing van het raadsel, maar het blijft lang de vraag wat voor rol de mysterieuze Van der Valk speelt…

9. Snuf en de luchtpostbrief
Op een dag vindt Snuf aan de oever van een riviertje een ballon met een bijna onleesbaar kaartje. De drie vrienden Tom, Karel en Bertus proberen de tekst te ontcijferen, maar komen er niet uit. Waar komt deze luchtpostbrief vandaan en wat is de bedoeling ervan?
Wie was Piet Prins?
“Pieter (Piet) Jongeling (Broek onder Akkerwoude (tegenwoordig Broeksterwoude), 31 maart 1909 – Amersfoort, 26 augustus 1985) was een Nederlandse journalist, verzetsstrijder, politicus en kinderboekenschrijver. Kinderboeken schreef hij onder het pseudoniem Piet Prins. Voor de Tweede Wereldoorlog werkte hij op de kwekerij van zijn grootvader en later als journalist voor de Nieuwe Provinciale Groninger Courant. Als journalist werkte hij soms onder pseudoniem als P. van Akkerwoude, A. Mos en G. le Clerq. Op 1 februari 1940 trouwde hij met Klaassina Heerema. Samen zouden zij vier zonen – waarvan er één jong overleed – en zes dochters krijgen.
(Bron: Wikipedia)

Boeken van Piet Prins op Bol

Vries, Anne de – Reis door de nacht

‘Reis door de nacht’ vertelt het verhaal van een Nederlands gezin in de Tweede Wereldoorlog, dat vanaf het begin betrokken is bij het verzet. Hoofdpersoon is Jan de Boer, een jongen van 16 jaar.

 

Hij merkt algauw dat zijn vader bezig is met verzetswerk en besluit langzaam maar zeker om daar zelf ook aan mee te doen, met gevaar voor eigen leven. De prachtige klassieker van Anne de Vries verschijnt nu met een nieuw omslag en een voorwoord van Henk Pröpper, oud-directeur van het Nederlands letterenfonds.

‘Meeslepend, spannend en informatief. Een terechte klassieker.’ – Wilma Geldof, auteur van Elke dag een druppel gif en Het meisje met de vlechtjes.

‘Uiteindelijk is Reis door de nacht niet alleen een oorlogsroman, maar vooral een liefdesroman, een boek van verwondering: een verbijsterend mooie en krachtige liefdesverklaring aan het avontuur van het leven.’ – Henk Pröpper, oud-directeur van het Nederlands Letterenfonds

Heinz

Heinz is in januari 1987 begonnen in de krant Het Parool, op de kinderpagina Goochem. Al eerder speelde hij een rol op de kinderpagina van het Parool, als de kat van Rockin’ Belly, waar hij eigenlijk gewoon Poes heet.

Belly is een punker die onregelmatig verschijnt op de Goochem pagina en waarin Heinz zelf ook wat eigen avonturen beleefde. Als Gerrit de Jager’s dagelijkse strip Liefde en Geluk ermee stopt, komt Heinz daarvoor in de plaats, als volwaardige dagstrip. 2 januari 1987 is het begin van 12 jaar Heinz (plus een jaar rust) in 30 verschillende kranten en tijdschriften.

Overigens is het baasje van Heinz, Belly, maar één keer verschenen in de strip, in album 7, Heinz Parade, waar Heinz wordt aangereden door een auto, die bestuurd wordt door Belly. De auto ligt overigens in de kreukels en Heinz niet. Dit stripje is ook afkomstig van Rockin’ Belly.

Heinz is van origine de kat van Rene Windig, hoewel hij zelf het succes van zijn strip niet mee heeft kunnen maken. De echte Heinz overleed namelijk in 1985.

De Echte Heinz


De eerste vijf jaar

Al snel groeit Heinz uit tot een landelijke strip. Na het Parool volgen diverse nationale én internationale kranten om de avonturen van Heinz te volgen. Af en toe komen er oude bekenden langs bij Heinz, waarvan Jopie de Visboer en Theun toch wel het meest voorkomen, maar ook Dick Bosch en eerder genoemde Rockin’ Belly komen langs

Naast kranten verschijnt Heinz ook een tijdje in de Nieuwe Revu en in de Sjors en Sjimmie, voor het eerst in kleur. De Sjors en Sjimmie strookjes zijn opgenomen in het album “Sex”, maar de Nieuwe Revu strips zijn nooit in boekvorm verschenen, op 16 strookjes na die in een Doorzon Vakantieboek zijn gepubliceerd. Wat opvalt aan de Nieuwe Revu stripjes, is dat deze stripjes wel inhaken op de actualiteit van dat moment, iets wat bij de krantenstrip niet zo veel gebeurt.

Pauze
Eind 1991 besloten Windig en De Jong te stoppen met Heinz vanwege de dagelijkse dwang. In het jaar stilte dat volgt doen de tekenaars inspiratie op om weer verder te gaan. En inderdaad, januari 1993 verschijnt Heinz weer in de kranten.

In 1992 gaat Heinz wel internationaal. In Zweden worden de Heinz strookjes in het Zweeds gepubliceerd.

Heinz’ tweede leven
Onder het mom van “een kat heeft negen levens”, zien wij Heinz terugkeren in vele kranten, tot vreugde van vele lezers die Heinz met open armen weer ontvangen.

Tien jaar lang tekenen Rene en Eddie Heinz’ avonturen, waarbij zelfs hun eerste strip-parodie Oom Wim ook nog langs komt. Gaandeweg verandert Heinz van een kat met harde humor tot een milde, filosoferende kat, die als hobby golfen heeft.

Heinz duikt ook af en toe op bij collega’s als Sigmund, als Frits de psychiater bezoekt om advies te vragen over Heinz, en Fokke en Sukke.

Het einde van Heinz
Na tien jaar iedere dag grappen verzinnen voor Heinz, wilden Rene en Eddie wat rust nemen en besloten wat oude strookjes in te leveren bij de kranten. Na vier weken rust besloot het tweetal weer verder te gaan met Heinz, maar door een aaneenschakeling van gebeurtenissen bij familie en vrienden kwamen ze niet toe aan de dagelijkse Heinz strip.

Toen een oplettende lezer uiteindelijk een krant er op attend maakte, besloten een aantal kranten de publicatie van Heinz te stoppen. Sindsdien staat dit incident bekend als de OHS affaire, oftewel de Oude Heinz Stroken affaire. Voor een groot aantal lezers was het stopzetten van de strip heel jammer, want na de rustpauze hebben Windig en de Jong nog een jaar lang Heinz stripjes gemaakt. Deze publicatie stop van Windig en de Jong is dan ook één van de redenen geweest om definitief te stoppen met Heinz.

Na het verschijnen van het laatste album Braveau, Heinz, is het stil rond Windig en de Jong. Mark Retera, tekenaar van de strip Dirkjan, werd zelfs gevraagd om Heinz over te nemen, maar deze wilde Windig en de Jong er bij houden, maar daar zagen Rene en Eddie niets in.

Heinz derde leven
Op 21 juni 2001 wordt de animatiestudio waar Eddie de Jong en Rene Windig werken aan de avondvullende tekenfilm van Heinz, geopend. Heinz komt terug en wel op het witte doek. Rene en Eddie vervullen een droom die zij al lang gekoesterd hebben.

Begin 2002 worden de eerste resultaten getoond in de media en op de website van Heinz – The Movie. Op deze site worden ook filmpjes en de laatste ontwikkelingen getoond en kan film merchandise besteld worden.

Deze tekst is schaamteloos gekopieerd van deze fantastische site!

Zeuren is voor bintjes

 
Heinz komt terug. De stripkater die met onderbrekingen van 1987 tot 2000 in Het Parool stond, liep zich de laatste dagen al een beetje warm tussen de kolommen van deze krant en vanaf morgen staan zijn avonturen op de dagelijkse strippagina. Waarschuwing vooraf: verstokte Heinz-fans zullen een paar déjà vu’s krijgen. ‘Daar moeten ze dus straks niet over gaan zeuren.’

Tweeëneenhalf jaar hebben Windig & De Jong gewerkt aan het scenario voor wat ooit ‘een stomme film met geluid’ moet worden. De muren van het atelier in het Zakslootje, nabij metrostation Nieuwmarkt, zijn bedekt met tekeningen van film-scènes. Die tekeningen vormen nu de basis voor het Heinz-verhaal waarmee de tekenaars morgen in Het Parool beginnen.

Dat gebeurt niet in zwart-wit, maar in kleur, in een impressionistische stijl.

Eddie de Jong: “Met viltstiften. In kleur. Op dat inkten waren we echt uitgekeken.”

René Windig: “Dat je met je tong uit je mond lijntjes zit over te trekken.”

De Jong: “Dat wilden we dus niet meer.”

Voor de film verzamelden de tekenaars de beste grappen uit de rijke Heinz-historie en het zou kunnen, benadrukken ze met klem, dat de lezer denkt: hé, heb ik dit in een iets andere vorm al niet eens eerder gezien?

De Jong: “Dat willen we van tevoren even goed met de lezers afspreken.”

Windig: “Daar moeten ze straks dus niet over gaan zeuren.”

De Jong: “Wat zei die filosoof ook al weer: ‘Ik vertel tien keer liever een goed verhaal dan een tien keer slechter verhaal?’ Of zoiets.”

Windig: “Nee, ik vertel liever tien keer één goed verhaal dan tien slechte verhalen één keer.

De Jong: “Dat ze dus straks niet gaan zeuren.”

Dat zeuren wordt het exclusieve voorrecht van wat Windig & De Jong aanduiden als ‘een stelletje aardappels’, een moeilijk tevreden te stellen kilo bintjes die voortdurend commentaar leveren.

Windig: “Ze beginnen al meteen te zeuren waar Heinz blijft.”

De Jong: “Want die is helemaal niet te zien in de eerste aflevering.”

Windig: “Weten de lezers dat ook.”

De Jong; “Dat ze dus niet meteen gaan zeuren.”

De verhaallijn voor het grote Heinz-avontuur ligt redelijk vast en speelt zich grofweg af in het gebied tussen Drenthe en Japan, maar de tekenaars verwachten dat ze daar straks toch weer van gaan afwijken. Het kan zijn dat het verhaal opeens wordt onderbroken door een reclameblokje. Op de tekentafel ligt al een schets klaar.

Windig: “Met Heinz.”

De Jong: “Heinz voor Calvé.”

Op de tekening zit Heinz op een bord met dampende pasta.

Windig: “En dan komt er bij te staan: ‘Heinz, voor op de pasta’.”

De Jong: “Eigenlijk moet het zijn: voor óver de pasta, maar Heinz zit erop, niet over.”

Windig: “En dan wordt die reclame afgesloten met de tekst: ‘Heinz, de smaakmaker van Calvé’.”

De Jong: “Eigenlijk moet het zijn: de smaakmaker van Heinz.”

Windig: “Geen Heinz, maar Calvé.”

De Jong: “Maar toch Heinz.”

Reageren op brieven van lezers, dat behoort straks ook tot de mogelijkheden.

Windig: “Als mensen toch gaan zeuren.”

De Jong: “En Heinz kan opeens gaan dromen, dan is alles mogelijk.

Windig: “Hij kan natuurlijk ook een kijkje gaan nemen bij andere stripfiguren. We zien wel.”

Bij het binnenkomen van het atelier stonden de tekenaars voorovergebogen te kijken naar iets op de vloer. Tijdens het darten was een bekertje met ’theeafvalwater’ omgevallen. En of het zo moest zijn, zo kort voor Pasen, in de groezelige vlek die zich op de grond aftekende, zagen de tekenaars direct een paashaas. Een papiertje met tandjes en een papiertje met eieren, zorgvuldig neergelegd, completeren de wonderbaarlijke paasverschijning op de vloer van het atelier.

Windig: “De fotograaf zag het ook, maar hij zei dat we de contourtjes van de paashaas moesten overtrekken, om het duidelijker te maken.”

De Jong: “Maar dat mag natuurlijk niet.”

Windig: “Tegen de regels, contourtjes.”

In het atelier heeft alles van de tekenaars een gezicht gekregen.

Het koffiezetapparaat heeft oogjes en een neus. De waterkoker grijnst ons aan, het straalkacheltje knipoogt ons toe. Om elk gat in de muur, elke plug, elke schroef, elke punaise, om elke deurknop heen is een tronie getekend.

Het is de onbedwingbare lust van Windig & De Jong overal op te tekenen. Op een ingelijste foto aan de wand kuiert Heinz met zijn handen op zijn rug over de imposante bilpartij van een dame. Een kurk van een cognacfles is met punaises en opgetekende ogen onmiskenbaar veranderd in een legionnair.

Windig: “We hebben geloof ik nog nooit verteld waarom Heinz internationaal niet is doorgebroken.”

De Jong: “Dat is al weer jaren geleden.”

Windig: “Zeker vijftien jaar geleden.”

De Jong: “Het jaar dat de Muur viel.”

Windig: “Het gebeurde in Frankfurt.”

De Jong: “Op de Buchmesse.”

Windig: “Gerrit de Jager had gezegd dat we maar een keer met hem mee moesten gaan.”

De Jong: “Dus wij in de auto naar het Duitse Frankfurt.”

Windig: “Nam Gerrit ons mee naar een stand waar zo’n man met een enorme hangsnor stond.”

De Jong: “Gerrit loopt op die man af en maakt zo’n gebaar naar achter hem en zegt zonder om te kijken: ‘En dit zijn dan Windig & De Jong’.”

Windig: “Maar we stonden er allang niet meer.”

De Jong: “We waren al op weg naar het bier.”

Windig: “Gerrit vond ons later weer en vroeg: ‘Waar wáren jullie nou, man!'”

De Jong: “Zeiden wij: heb je die snor van die vent gezien?”

Windig: “Zeiden wij: we gaan echt niet uitgeven bij zo’n vent met een hangsnor.”

De Jong: “Tot zover onze internationale carrière.”

Windig: “We zijn toen trouwens nog verdwaald.”

De Jong: “Op de terugweg.”

Windig: “In de buurt van Koblenz.”

De Jong: “Waar Rijn en Moezel samenkomen.”

Windig: “We zaten naar het water te kijken en zagen dat het water van de Rijn de verkeerde kant op stroomde.”

De Jong: “We gingen naar huis, dus het moest met ons mééstromen.”

Windig: “Maar dat deed het niet. Het

water stroomde precies de andere kant

op.”

De Jong: “Bleken we al meer dan een uur langs de Moezel te rijden. Verkeerde afslag.”

Windig: “Hadden we dus helemaal geen

Rijnaken en Rijnwijn gezien.”

De Jong: “Waren het Moezelaken en Moezelwijn.”

Windig: “En dat liedje ‘Een reisje langs de Rijn, Rijn, Rijn’, dat we hadden zitten zingen.”

De Jong: “Daar klopte dus ook niks van.”

Windig: “Maar door al dat gedwaal kwamen we wel langs het plaatsje Oberdollen-dorf.”

De Jong: “Hadden we anders gemist, Oberdollendorf.”

Windig: “Die buitenkans lieten we ons niet ontgaan.”

De Jong: “We wilden thuis kunnen zeggen dat we een biertje hadden gedronken in Oberdollendorf.”

Windig: “In Oberdollendorf was trouwens net een vechtpartij aan de gang.”

De Jong: “Wij ernaartoe.”

Windig: “Komt er een Duitser naast ons staan, die vraagt: ‘Was ist los?'”

De Jong: “Zegt René: ‘Ze zijn aan het bakkeleien.'”

Windig: “Zegt die Duitser: ‘Ach so!'”

De Jong: “Tot morgen.”

Windig: “Tot morgen.”

Copyright: Het Parool 30 maart 2004

Pukkels

De drama’s van een vijftienjarige
Het is vaak geen pretje, vijftien jaar oud zijn. Jeroen Donkers denkt wel eens dat het enige goede aan vijftien zijn is dat je geen veertien meer bent. Jeroen is een echte puber. In
de war en onzeker, maar ook een romanticus van het zuiverste water. Hij zit op school en gaat als het aan zijn ouders ligt later studeren, maar zelf droomt hij van een carriere als rockmuzikant. Goat Cheese Pizza is de naam van de groep waarmee hij het helemaal denkt te gaan maken.

Jeroen Donkers is de hoofdfiguur van Pukkels. De strip komt uit Amerika, waar hij Zits heet (en Jeroen door het leven gaat als Jeremy Duncan) en een enorm succes is. Zits verschijnt er in honderden kranten (internationaal zijn het er zelfs rond de lIOO) en is overladen met onderscheidingen. Twee jaar achtereen werden de makers, Jerry Scott en Jim Borgman, door de National Cartoonists Society onderscheiden als de beste striptekenaars van het jaar.

In Nederland kennen niet veel mensen Zits. Tot vandaag publiceerde hier alleen de Meppeler Courant, eens per week, de strip. Een album met Nederlandse vertalingen, uitgegeven door Big Balloon, deed weinig. Maar Nederlandse stripkenners geven hoog op van de strip. Zo zijn Rene Windig en Eddie de Jong, de makers van de ook dagelijks in deze krant verschijnende strip Hein”, grote liefhebbers. Ook Kees Kousemaker, eigenaar van de Amsterdamse stripspeciaalzaak Lambiek, is fan.

“Een verschrikkelijke leuke strip, echt heel innemend,” zegt Kousemaker. “Op zijn sterkst is Zits als de hoofdfiguur weer eens verliefd is. Dan is hij zo verliefd als alleen een puber dat kan zijn. De makers van de strip weten zo vreselijk goed de gevoelswereld van een vijftienjarige te verbeelden. Het is niet alleen een heel komische strip, het is ook een briljant psychologisch drama.”

Behalve door Jeroen Donkers wordt Pukkels bevolkt door zijn ouders, Walter en Connie, (die vanzelfsprekend niets van hun puberzoon begrijpen) zijn oudere broer Chris (een briljante student), zijn beste vriend Herman Groot (een boekenwurm, maar wel cool) en zijn vriendinnetje Sarah Toonen (op wie hij aanzienlijk gekker is dan zij op hem).

Jerry Scott en Jim Borgman putten bij het tekenen en schrijven van Pukkels veel inspiratie uit hun eigen omgeving: allebei zijn ze hoofd van een gezin. Sinds 1997 maken Scott en Borgman samen Pukkels. Individueel waren ze daarvoor ook al succesvol als tekenaar. Voor zijn politieke cartoons in The Cincinnatti Enquirer werd Borgman in 1991 zelfs onderscheiden met een Pulitzer Prize. Op eigen houtje maakte, en maakt, Scott de in Amerika ook heel populaire krantenstrip Baby blues.

De twee leerden elkaar kennen toen ze op weg naar een congres voor striptekenaars naast elkaar in het vliegtuig zaten. Omdat het vliegtuig pech kreeg, leerden ze elkaar ook meteen echt goed kennen. Hun vriendschap leidde tot het samen bedenken en maken van een strip: Zits/Pukkels. Dat de twee striptekenaars meer dan 3000 kilotneter van elkaar vandaan wonen, wekt nog wel eens verwondering. Zelf zien ze het probleem niet: via de telefoon, e-mail en het faxapparaat is er doorlopend contact tussen Malibu, Californie en Cincinnati, Ohio.

Bron: Het Parool 3 januari 2005

Deborah Gibson – Biografie

Naam: Deborah Ann Marie Gibson
Geboortedatum: 31 Augustus 1970
Geboorteplaats: Brooklyn, New York
Lengte: 1.68m
Kleur ogen: bruin

Deborah Gibson zette reeds op zeer jonge leeftijd haar eerste stappen in de showbizz. Op vijfjarige leeftijd wilde ze, net zoals haar oudere zusters Karen en Michele, op pianoles. Uiteindelijk kreeg ze haar zin, en hoewel ze reeds al wat kon spelen, moest ze toch haar eerste jaar opnieuw doen … Haar pianolerares had namelijk gemerkt dat Deborah de noten niet leesde, maar gewoon volgens haar gehoor speelde. Deborah nam enkele jaren later deel aan enkele Piano Wedstrijden en slaagde er telkens in de eerste prijs weg te kapen.

Toen ze negen was, ging ze voor het eerst naar een echt concert. Ze bewonderde Billy Joel voor zijn liedjesteksten en melodiën, en vanaf de dag dat ze hem live zag optreden, wist ze wat ze precies wilde doen : zelf optreden met haar eigen liedjes.

Vanaf haar zevende tot twaalfde levensjaar deed ze ook mee aan verschillende audities voor theater, film en reclame. The Sound of Music, A Christmas Carol, Annie en Mickey Mouse and Friends waren enkele van de theaterprodukties waar zij toen in meespeelde. Haar favoriete theaterstuk destijds was Gypsy, waarin ze de rol van Baby June voor haar rekening nam. Ze maakte ook enkele jaren deel uit van de Metropolitan Opera waarin ze meedeed aan opera’s zoals Hansel und Gretel, La Bohème en Le Rossignol. In haar eigen school deed ze altijd mee aan de toneelstukken die er opgevoerd werden. Ze vond het altijd spijtig dat men er nooit Grease opvoerde zodat zij haar droomrol Sandy kon vertolken … Natuurlijk wist zij toen nog niet hoeveel succes ze later zou kennen in talrijke musicals …

Hoewel ze reeds op haar vijfde ( !) haar eerste lied schreef Make sure you know your classroom, begon ze pas op twaalfjarige leeftijd « serieus » te componeren. Thuis had ze haar eigen « mini-studio » met enkele keyboards, een drum-machine, tape-recorder en vier-track recorder (later twaalf-track) in de garage. Zo begon ze zelf haar liedjes op te nemen, en later echte demo’s te maken in een studio.

Toen haar ouders merkten dat Deborah het serieus meende met haar demo’s, gingen ze op zoek naar een manager. Na op heel wat deuren te hebben geklopt, kregen ze uiteindelijk steun van « een vriend van een vriend » advokaat die werkelijk overtuigd was van Deborah’s talent. Hij was het ook die Deborah voorstelde aan Atlantic Records.

Nadat men bij Atlantic Records een vijftigtal demo’s van Deborah had beluisterd, ondertekende zij, in 1986 op haar zestiende, haar eerste platencontract.

Only in my dreams was de eerste single, een lied dat zij drie jaar voordien had geschreven. 6 maanden later werd de single een echte hit en een eerste full-cd Out of the Blue werd al vlug opgenomen.

In 1989 kwam haar tweede full-cd uit Electric Youth, waarmee zij met de single Foolish Beat een heus record brak : zij werd de jongste artiest die ooit een nummer 1 hit zelf had gecomponeerd, geschreven en uitgevoerd.

Na Deborah’s derde full-cd Anything is Possible, die niet echt aan de verwachtingen voldeed, maakte ze haar debuut op Broadway in de Musical Les Misérables als Eponine. 3 maanden lang deed ze mee aan deze musical en deed er veel ervaring op.

Kort na de release van haar vierde full-cd Body, Mind & Soul speelde ze 9 maanden in de London West End Productie Grease als Sandy. Deze musical had ongelooflijk veel succes in London en Deborah had de « musical-microbe » echt te pakken.

In haar vijfde full-cd Think with your heart kwamen haar mogelijkheden als songwriter, musicist, zangeres en producer echt tot uiting. Deze cd bevat meestal ballades waar Deborah haarzelf op de piano begeleidt en wordt aangevuld door een heus orkest.

Van Oktober 1995 tem Maart 1996 speelde Deborah Betty Rizzo in de National Touring Company of Grease. Hiermee tourde zij doorheen de Verenigde Staten en trad op in 19 verschillende steden voor uitverkochte zalen.

In de zomer van 1996 nam Deborah haar zesde full-cd Deborah op. Hierna speelde Deborah de hoofdrol in de Musical Funny Girl als Fanny Brice, maar de show werd reeds na enkele weken geannuleerd wegens sponsoring-problemen.

Enkele maanden later was Deborah reeds te zien op Broadway in een andere musical Beauty and the Beast waar ze negen maanden te zien was als Belle.

Eind 1998 speelde Deborah in een speciale 7-weken durende opvoering van de musical Gypsy als Gypsy Rose Lee. Ondertussen is ze ook bezig met het schrijven van haar eigen musical Skirts, waar ze al een dertigtal liedjes voor gecomponeerd heeft.

Naast haar eigen carrière, heeft ze ook nog liedjes gecomponeerd/geproduceerd voor andere artiesten zoals Chris Cuevas, Ana, The Party, Jobeth Taylor. Tevens was ze te zien als gaste in tv-series zoals Beverly Hills 90210, Step by Step en Street justice en ze is ook te zien in enkele recente films zoals The Wedding Band en My Girlfriend’s Boyfriend. Voor deze laatste film nam zij eveneens de titelsong voor haar rekening.

Disclaimer:
Alle plaatjes en foto’s zijn ©Deborah Gibson / deborah-gibson.com.
Deze site is een onofficiële fansite en is derhalve dan ook niet verbonden met deborah-gibson.com of welke organisatie dan ook.

Ella Fitzgerald – Biografie

Ella Fitzgerald geb. 25-4-1918 Newport News/V.A., gest. 15-6-1996 Beverly Hills/Californië

Amerikaanse jazz-zangeres

Ella Fitzgerald geldt naast Billy Holiday als een van de beste jazz-zangeressen. Haar repertoire reikte van jazzstandards via filmsongs tot popstukken van de Beatles en Bob Dylan. Haar improvisatievermogen was legendarisch.

In 1934 werd Ella Fitzgerald op zestienjarige leeftijd ontdekt in het Apollo Theatre bij een amateurwedstrijd. Benny Carter (arrangeur en saxofonist) zat die avond in de band en was zo onder de indruk van haar natuurtalent dat hij haar introduceerde bij mensen die haar met haar carrière konden helpen. Ze bleven vrienden voor het leven en werkten vaak samen.

In januari 1935 trad ze een week lang op met de Tiny Bradshaw band in de Harlem Opera House. Daar ontmoette ze voor het eerst de drummer en bandleider Chick Webb. Ze kwam bij zijn band en maakte haar eerste plaat Love and Kisses samen met Webb midden 1936.
In 1938, toen ze 21 was nam ze met Webb A-Tisket, A-Tasket (kinderrijmpje) op. Er werden een miljoen platen verkocht en het werd een nummer 1 hit, die 17 weken bovenaan stond in de hitlijsten. Ze was plotseling beroemd. Ze bleef bij de band tot de dood van Chick Webb in 1939 en nam toen de leiding van het orkest over.

In 1946 toen ze met Dizzy Gillespie’s band tourde ontmoette ze de bassist Ray Brown waar ze mee trouwde. Ray werkte voor de producer en manager Norman Granz in het “Jazz at the Philharmonic” tournee. Norman haalde Ella over om bij hem te tekenen. Het was het begin van een levenslange zakelijke relatie en vriendschap.

Norman Granz organiseerde dat Ella meedeed aan de Philharmonic tour en dat ze verschillende platen opnam met Louis Armstrong. Van 1956-64 nam ze haar Songbook-serie op, een opname die 19 werken bevatte. Ze nam covers van Amerikaanse componisten op waaronder Cole Porter, Duke Ellington, de gebroeders Gershwin, Johnny Mercer, Irving Berlin, en Rodgers en Hart. De serie werd ongekend populair.
Ira Gershwin heeft eens gezegd: “I never knew how good our songs were until I heard Ella Fitzgerald sing them” (Ik heb nooit geweten hoe goed onze liedjes waren totdat ik ze hoorde zingen door Ella Fitzgerald). Ella verscheen ook op allerlei televisieshows, waaronder The Bing Crosby Show, The Dinah Shore Show, The Frank Sinatra Show, The Ed Sullivan Show, The Tonight Show, The Nat King Cole Show, The Andy Willams Show en The Dean Martin Show.

Haar drukke werkschema had een slechte invloed op haar huwelijk met Ray en in 1952 gingen ze scheiden, hoewel ze altijd goede vrienden bleven.

Het was algemeen bekend in het touring circuit dat Norman Granz zich erg druk maakte over burgerrechten en dat hij gelijke behandeling eiste voor zijn muzikanten ongeacht hun huidskleur. Hij accepteerde geen discriminatie in hotels restaurants of concertzalen, zelfs niet toen ze naar het diepe zuiden reisden.
Een keer toen ze in Dallas waren met de Philharmonic tour, werden de bandleden achter de coulissen lastig gevallen door de politie, die zich had geërgerd aan de principes van Granz. Ze kwamen Ella’s kleedkamer binnen waar Dizzy Gillespie en Illinois Jacquet aan het dobbelen waren. Iedereen werd gearresteerd. Ella vertelde later: “Ze arresteerden ons en toen we daar aangekomen waren, hadden ze het lef om om een handtekening te vragen”.

Ella werd ook gesteund door een groot aantal beroemde fans waaronder een vurige fan Marilyn Monroe. Door Marilyn trad ze op in de club Mocambo, een enorm populaire club in de vijftiger jaren. Marilyn belde de eigenaar van de club en zei dat als hij Ela Fitzgerald zou boeken zijzelf elke avond een tafel vooraan zou nemen. De eigenaar stemde toe en Marilyn was er elke avond. De pers raakte er niet over uitgepraat en Ella hoefde nooit meer in kleine jazz-clubjes te spelen.

Ella bleef hard werken ondanks de slechte effecten op haar gezondheid. Ze maakte tournees over de hele wereld, soms twee keer per dag optredend in steden die honderden kilometers uit elkaar lagen. In 1974 trad ze twee weken lang op in New York met Frank Sinatra en Count Basie.
Vijf jaar later werd ze opgenomen in het ‘Down Beat magazine Hall of Fame’ en kreeg de ‘Kennedy Center Honors’ voor haar voortdurende contributie aan de kunsten.

Ze maakte zich ook sterk voor het welzijn van kinderen en doneerde veel aan organisaties voor benadeelde jongeren, één van de redenen voor haar om altijd maar door te gaan. Na de dood van haar zuster verzorgde ze diens familie.

In 1987, kende Ronald Reagan haar de ‘National Medal of Arts’ toe. Een aantal jaren later kreeg ze de ‘Ordre des Arts et de Lettres’ in Frankrijk en de universiteiten van Yale Dartmouth en anderen verleenden Ella ere-doctoraten.

In 1986 onderging Ella een hartoperatie en werd er diabetes bij haar geconstateerd, waar ze haar verslechterende zicht aan weten. Ze keerde terug op het podium ondanks protesten van vrienden en familie. In 1990 had Ella Fitzgerald al meer dan 200 platen opgenomen. In 1991 gaf ze haar laatste concert in Carnegie Hall in New York. Het was de zesentwintigste keer dat ze daar optrad.

De effecten van haar diabetes werden erger en toen ze 76 jaar was kreeg ze zoveel problemen met haar bloedsomloop en moesten haar beide benen geamputeerd worden vanaf de knie. Ze kwam er nooit meer volledig bovenop en kon slechts zeer sporadisch optreden.

Op 15 juni 1996 stierf Ella in haar huis in Beverly Hills.

Bron: www.ellafitzgerald.com

Ella Fitzgerald – Discografie

Decca (1934-55)
1950 Ella Sings Gershwin
1954 Songs in a Mellow Mood
1955 Songs from “Pete Kelly’s Blues”

Verve (1956-66)
1956 Sings the Cole Porter Songbook
1956 Ella and Louis
1956 Sings the Rodgers & Hart Songbook
1957 Ella and Louis Again
1957 Sings the Duke Ellington Songbook
1957 Ella at the Opera House
1957 Like Someone in Love
1957 Porgy and Bess
1958 Ella and Billie at Newport
1958 Ella Swings Lightly
1958 Sings the Irving Berlin Songbook
1958 Ella in Rome: The Birthday Concert
1959 Get Happy!
1959 Sings Sweet Songs for Swingers
1959 Sings the George and Ira Gershwin Songbook
1960 Ella in Berlin: Mack the Knife
1960 Wishes You a Swinging Christmas
1960 Hello, Love
1960 Sings Songs from “Let No Man Write My Epitaph”
1960 Sings the Harold Arlen Songbook
1961 Ella in Hollywood
1961 Clap Hands, Here Comes Charlie!
1961 Ella Returns to Berlin
1962 Rhythm is My Business
1962 Ella Swings Brightly with Nelson
1962 Ella Swings Gently with Nelson
1963 Ella Sings Broadway
1963 Sings the Jerome Kern Songbook
1963 Ella and Basie!
1963 These Are the Blues
1964 Hello, Dolly!
1964 Sings the Johnny Mercer Songbook
1965 Ella at Duke’s Place
1965 Ella in Hamburg
1966 Whisper Not
1966 Ella & Duke at the Cote D’Azur
1969 Watch What Happens

Capitol (1967-68)
1967 Brighten the Corner
1967 Ella Fitzgerald’s Christmas
1968 Misty Blue
1968 30 by Ella

Reprise (1969-70)
1969 Ella
1970 Things Ain’t What They Used to Be

Atlantic (1972)
1972 Ella Loves Cole

Columbia (1973)
1973 Newport Jazz Festival: Live at Carnegie Hall

Pablo (1970-89)
1970 Ella in Budapest, Hungary
1971 Ella A Nice
1972 Jazz at Santa Monica Civic ’72
1974 Ella Fitzgerald Jams
1974 Ella in London
1975 Ella and Oscar
1975 Montreux ’75
1976 Fitzgerald and Pass … Again
1977 Montreux ’77
1978 Lady Time
1978 Dream Dancing
1979 Digital III at Montreux
1979 A Classy Pair
1979 A Perfect Match
1981 Ella Abraca Jobim
1982 The Best is Yet to Come
1983 Speak Love
1983 Nice Work if You Can Get It
1986 Easy Living
1989 All That Jazz